fbpx

De bevalling van Luuk

De avond nadat ik de medicijnen in heb genomen voel ik mezelf raar, onzeker en onrustig. Wat moet er nog geregeld worden voordat ik naar het ziekenhuis ga? De medicijnen moeten 1,5 dag inwerken en ik kan dus woensdag pas terecht in het ziekenhuis. Wat als de bevalling hier, thuis, op gang komt? Wat als de baby pijn heeft? Ik heb ter afleiding een film op gezet, maar niks helpt. Dan maar naar bed.

Die nacht heb ik veel wakker gelegen en liggen draaien. De medicijnen hebben als nare bijwerking dat ik er misselijk van word, dus dat helpt niet echt mee. En ik zie enorm op tegen morgen. De dag van de bevalling. De dag die vijf maanden te vroeg komt. Een dag die leuk spannend had moeten zijn en nu is ie verdrietig, gespannen spannend. Hoe moet ik dat doen? Wat voor pijn ga ik voelen? Ga ik het eng vinden om mijn zoon te zien? Wanneer overlijdt hij? Gaat hij hier iets van merken? Moet ik hard werken om te bevallen, of gaat het vanzelf?

“Het wordt morgen ook een vreselijke dag”, zegt een van mijn vriendinnen, “maar ook een nieuw begin.” Een nieuw begin… feitelijk gezien klopt dat. Het zal een nieuw begin zijn. Maar wat voor één? Dit nieuwe begin had zoveel anders moeten zijn! Morgen is het zover. Ik loop vandaag als een zombie rond. Ik ben met mijn hoofd alleen maar met morgen bezig. Hoe zal ik mezelf voelen morgen? Ik wil geen visite ontvangen in het ziekenhuis. Het is zo’n heftige gebeurtenis en ik heb mijn emotie tot nu toe redelijk onder controle en dat wil ik graag zo houden. Morgen wordt een zware dag maar het is wel een dag die ik heel bewust wil meemaken. Ik wil alleen bezig zijn met mezelf, mijn verdriet en mijn kindje. Familie en vrienden hebben ook niet de sterke behoefte om voor mijn zoon naar het ziekenhuis te komen. Het is spannend, verdrietig en overweldigend voor hen. En ik heb duidelijk aangegeven dat ze het niet voor mij, maar puur voor hunzelf moeten doen. Het is dus goed zo.

Voordat ik de laatste nacht als zwangere “mama to be” in ga, in mijn eigen veilige huis en bed, wil ik alle babyspullen opruimen. Het is de afgelopen weken al pijnlijk genoeg geweest er naar te kijken maar ik wil ze niet meer zien als ik met lege handen thuis kom. Met liefde stop ik alle schattige spulletjes zoals baby UGGs, een maan/sterretjes knuffel, wikkeldoek, rompertjes, speentjes, etc. in een doos. Ik vouw hem dicht, geef er een handkusje op en breng hem naar zolder.

Woensdag 16 mei 2018, geboorte/sterfdag van Luuk

Om 09.00 uur meld ik me aan de verloskunde balie. “Ik kom voor de bevalling”. Een snelle blik op mijn buik. Ja ik weet het, die is nog te klein. Ik word opgehaald door een verpleegkundige die mij naar de speciale kamer begeleidt. Deze kamer is ruim en privé. Ver van alle mama’s die bevallen van een levend, huilend, spartelend kindje.

Ik ben zo iemand die begint te giechelen als ze zenuwachtig is. Ik bijt aan de binnenkant van mijn wang om hier niet misplaatst te beginnen te lachen. Wat een bizarre dag. Ik realiseer mezelf nog steeds niet echt wat er vandaag gaat gebeuren. Wat doe ik hier?

Ik krijg een korte uitleg en ik neem samen met de verpleegkundige en verloskundige mijn wensen nog eens door. Allebei schatten van vrouwen. Wederom super begripvol, geduldig en lief.

Om 09.30 uur worden de eerste medicijnen toegediend en wordt het infuus alvast aangelegd voor het geval het straks nodig is. Mijn temperatuur en bloeddruk worden gemeten. Ik moet een half uur blijven liggen zodat de medicijnen goed kunnen inwerken. Prima zeg ik, ik ga nergens heen. Nog een minpunt, flauwe grappen op misplaatste momenten. Gelukkig kan de verloskundige er wel om lachen.

Wachten dan maar. Ook al wordt mijn bevalling opgewekt, de baby bepaalt zelf wanneer hij geboren wordt. Want ook al is mijn mannetje maar zo’n 20 centimeter, hij komt niet vanzelf. Ik zal moeten bevallen en daar is ontsluiting voor nodig. Dus daar wacht ik nu op.

De medicijnen werken snel, binnen het uur beginnen de eerste weeën op gang te komen. Het is voor mij vergelijkbaar met zware menstruatiepijn, niet heel fijn maar nog wel te doen. Linkerzij, op mijn rug, rechterzij, geen enkele houding is meer prettig. Waarom zou ik deze pijn nog willen voelen? De omstandigheden zijn al rot en verdrietig genoeg. Ik laat de verpleegkundige komen. “Mag ik alsjeblieft iets tegen de pijn?”

Vanaf half 12 heb ik morfine toegediend gekregen. Intussen heb ik ook koorts, door een mogelijke blaasontsteking (later bleek dit het streptokokken virus te zijn). Ik ben erg misselijk en wil alleen maar in mijn bubbel blijven. Ik heb mijn ogen vaak dicht, probeer wat te rusten en ik ben zenuwachtig. Wanneer gaat het gebeuren?

Ik word goed in de gaten gehouden, in de watten gelegd door de verpleegkundigen en iedereen is super lief. Ook krijg ik de hele dag lieve berichtjes van iedereen die aan mij denkt en kaarsjes voor me brandt.

Ik voel me vreselijk. De koorts wordt erger, ik houd niets binnen en kom het bed al niet meer uit. Ik heb het ijskoud en lig te rillen.

Om 17.15 uur verandert er iets. Een stekende pijn. Wat is dit? Ik moet plassen. Nee ik durf niet, straks komt hij ineens. Belletje. Het blijken mijn vliezen te zijn. Met wat hulp zijn deze gebroken. Oké nu gaat het gebeuren. Wat moet ik doen?

De verpleegkundige en verloskundige zitten beide op mijn bed. Ik wil niemand zien. Ik wil hier niet zijn. Ik wil dit niet. Ogen dicht. Rustig blijven ademhalen. Mag ik nog morfine? “We willen eigenlijk dat je dit moment bewust beleeft, dus liever niet.” Geloof me, morfine gaat er niet voor zorgen dat ik dit moment niet bewust mee maak. Niks zorgt daarvoor.

Gek genoeg weet mijn lijf wat er moet gebeuren. Ik heb geen cursus gehad, geen ademhalingsoefeningen gehad, geen voorlichting gekregen en toch weet ik wat ik moet doen. Persen en adem blijven halen. Al snel blijkt dat mijn kindje in stuit ligt. Dit heeft ervoor gezorgd dat het lang heeft geduurd. Ik word met de minuut moedelozer. “Waarom wil het niet lukken? Wat kunnen we nog meer doen? Doe ik het niet goed?” vraag ik huilend aan de verloskundige. “We kunnen helaas niets anders doen dan wat we nu al doen. We moeten blijven door gaan.”

Ik besluit een aantal persweeën op te vangen. Ik kan niet meer. Ben kapot. Ben iedereen om me heen beu. Laat me met rust. Ga weg. En dat is precies wat de verloskundige en verpleegkundige doen. Ze zijn inmiddels al zo’n twee uur bij me op de kamer en er zijn andere patiënten die gecontroleerd moeten worden. “Geeft niet, ga maar” zeg ik.

Terwijl ik achterblijf en nog even lig uit te rusten voel ik een “plop”. Ik schrik ervan. “Volgens mij is hij er” denk ik. Ik durf niet te kijken, niet te bewegen, ik lig verstijfd op het bed en weet niet wat ik moet doen.

Om 19.04 uur is mijn zoon Luuk geboren. Hij woog 185 gram en was 22 cm lang. De verloskundige komt kijken en bevestigt dat hij geboren is. Tijdens de bevalling vertelde ze mij al dat Luuk overleden was. Gek genoeg voelde ik mezelf opgelucht toen ze dat zei. Nu is hij in zijn vertrouwde omgeving gestorven. De verloskundige beschrijft hem aan me. Ik besluit nog even te wachten met hem te zien. De placenta moet eerst nog komen en ik ben half van de wereld door de vermoeidheid en adrenaline. Gek genoeg ben ik op dit moment niet verdrietig, maar vooral trots en opgelucht dat de bevalling er op zit. Ik denk zelf dat dit komt doordat alle hormonen en adrenaline etc. hetzelfde effect hebben op je lijf als wanneer je van een levend kindje bevalt. Daarnaast was ik ook benieuwd naar mijn kindje en wilde ik hem graag ontmoeten. Maar eerst bijkomen.

Om 21.15 uur besluit de verloskundige in overleg met de gynaecoloog mij naar de operatiekamer te brengen om de placenta te gaan halen. Deze wil namelijk niet loskomen. Terwijl ik lig te wachten komt er een verpleegkundige binnen gelopen “Gefeliciteerd hé” zegt ze. Haar collega schudt nee en haar gezicht betrekt. “Oh sorry” zegt ze. “Geeft niet, kun je niet weten. Negen van de tien vrouwen die hier liggen kun je inderdaad feliciteren maar mij niet.” Maar wat zeg je dan wel? Gecondoleerd? Ik vond dat ook niet gepast, dat voelde voor mij ook niet goed. Er is niet echt een gepast woord voor deze situatie denk ik.

Om 22.30 uur ontmoet ik Luuk voor het eerst. Hij wordt aan mij overhandigd in een mandje. Ik vind het fijn om hem te zien, ik ben trots op hem. Ik raak hem aan en bekijk hem van top tot teen. Dit is hem. Mijn eerste kindje. Mijn zoon. Ondanks dat het echt anders had moeten zijn merk ik dat het goed is zo. Ik kan mijn ogen niet van hem af houden. Na een tijdje vraagt de verpleegkundige of ze hem in het water mag leggen. Hierover hadden ze mij vooraf ingelicht. Een nieuwe methode die sinds kort gebruikt wordt omdat het een positief effect heeft op het kindje. En dat is het zeker! Hij ziet er in het water nog mooier uit. Zijn huidje wordt er lichter van en hij oogt minder fragiel.

Het is 1.00 uur als ik ga slapen. De fotograaf van Stichting Still is ingelicht. Zij is er morgen om 11.00 uur. Ik wil in deze korte tijd dat Luuk bij me is zoveel mogelijk herinneringen maken. Hier moet ik het namelijk de rest van mijn leven mee doen. Geen eerste lachje, eerste stapje, eerste hapje. Ik krijg een eerste en laatste ontmoeting.

Eén reactie

  1. Wat mij verbaast is dat je geen morfinepomp kreeg. Ik kon zelf om de 6min een boost morfine bij mezelf toedienen. En heb ondanks dat nog alles heel helder meegekregen.
    Wat me echt deed schrikken is het stukje dat de vpk binnenkomt en zegt ‘gefeliciteerd he’… Kan je niet weten? Dat hoort ze wel te weten! Daar zijn geen excuses voor!
    Zoals ik al eerder heb gezegd zijn er veel overeenkomsten in gedachte gangen en gevoelens! Je hebt er goed gedaan en je mag zeker trots zijn op je ventjes!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Hier vind je mijn andere blogposts:

The day after

Gisterenavond ben ik rond 1 uur gaan slapen. Het was zo’n bizarre dag dat ik nog vol zat met adrenaline.

Lees verder »

Wat wil je doen?

Vrijdag 11 mei 2018.De dag die mijn leven voorgoed heeft veranderd. Het moment dat de gynaecoloog belde, zal ik nooit

Lees verder »