fbpx

“Hoe gaat het?”

Twee weken wachten tot aan de vruchtwaterpunctie. Hoe ga ik die onzekere periode in godsnaam door komen? Elke dag de vraag: “Hoe gaat het?” Wat een beladen vraag is dat ineens geworden! Een antwoord heb ik niet zomaar. Het antwoord is namelijk ook beladen, dus ik denk er telkens goed over na voordat ik antwoord geef.
Klote, wat denk je zelf? Te verbitterd, hoor ik mezelf denken en iedereen bedoeld het goed en ik vind het ook fijn dat er naar gevraagd wordt, dus slik ik dit antwoord in. Maar wat heb ik dit vaak gedacht.
Ja goed hoor! Hiervoor ben ik te eerlijk, het gaat niet goed dus zeg ik dat ook niet.
Niet goed. Zeikerd, hoor ik het weer in mijn hoofd. De hoop is nog niet opgegeven, misschien is er niets aan de hand met mijn kindje.

Wat is dan wel het goede antwoord? Willen mensen het eerlijke antwoord wel horen?
En als ik dan dat eerlijke antwoord geef, moet ik dan ook uitleg geven? Moet ik dan aan anderen uitleggen wat onze keuze wordt als het niet goed is? Moet ik dan uitleggen wat er met mijn kindje aan de hand is? Moet ik dan aanhoren dat “het zo heftig is” of “dat ik positief moet blijven”
En weet ik zelf wel hoe het gaat? Negen van de tien keer voel ik me door elkaar geklutst, verward en ben ik er met mijn gedachten niet eens bij.
Ik kies dus voor het antwoord: “jeetje moeilijke vraag, dat weet ik zelf eigenlijk ook niet zo goed.” Dat antwoord werkt voor mij het beste. En soms ook niet, soms wimpel ik de vraag weg. Soms kijk ik naar de grond om de blikken te ontwijken, of kies ik een andere route zodat ik niemand tegen kom. Ik voel me onzeker, bekeken, veroordeeld en ik heb het gevoel dat iedereen medelijden met me heeft. Medeleven is fijn, maar medelijden past niet bij me.

Zoals eerder aangegeven wil ik graag normale dingen blijven doen. Ik blijf dus werken en ik probeer zoveel mogelijk afleiding te zoeken door uit eten te gaan, naar de bioscoop of naar vrienden en familie. Ik heb zelfs nog opgetreden met mijn zanggroep.
Alles voelt dubbel en elk moment van de dag hangt de slechte uitslag boven mijn hoofd als een dreigende donderwolk.

De onmacht, het verdriet, de onzekerheid, de confrontatie met andere zwangeren of pasgeboren baby’s, het is zo ongelofelijk pijnlijk allemaal.
Ik sta met mijn rug tegen de muur. Overgeleverd aan de tijd, artsen en laboratoria. Ik, als mama in spé, kan niets doen.
Op sommige momenten ben ik zó kwaad dat ik niet weet waar ik met mijn gevoel heen moet. Wat is dit oneerlijk! Ik wil gillen, krijsen, vloeken, schoppen, slaan. De pest is dat het niet helpt. Niets helpt, niets haalt de pijn en het verdriet weg.

Op het nieuws word ik geconfronteerd met verdrietige verhalen vanuit jeugdzorg, in de supermarkt hoor ik een moeder boos worden op haar kindje, op social media lees ik verhalen van klagende zwangeren of nieuwe mama’s. En het enige dat ik wil is zekerheid. Een goede uitslag. Wakker worden uit deze verschrikkelijke nachtmerrie. Meer het meeste verlang ik naar onbezonnenheid en geluk. Ik wil mijn roze wolk terug!

Eén reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Hier vind je mijn andere blogposts:

The day after

Gisterenavond ben ik rond 1 uur gaan slapen. Het was zo’n bizarre dag dat ik nog vol zat met adrenaline.

Lees verder »

Wat wil je doen?

Vrijdag 11 mei 2018.De dag die mijn leven voorgoed heeft veranderd. Het moment dat de gynaecoloog belde, zal ik nooit

Lees verder »